De historie van de staaroperatie

Attention: open in a new window. PDFPrintE-mail

Het woord staar (cataract) is afkomstig van het Griekse woord voor waterval. De Grieken dachten dat er een vloeistof het oog invloeide wat een wazig beeld veroorzaakte.

staar naald

De eerste meldingen van staaroperaties zijn afkomstig uit Oud-Indiase manuscripten (Sanskriet), vermoedelijk uit het de tweede eeuw na Chr. In deze manuscripten werd een behandeling beschreven waarbij de troebele lens met een naald naar achteren werd geduwd (Staarsteek). Doordat de lens niet meer in de weg stond, werd het zicht beter. Het echte zien was nog steeds wazig, doordat het licht niet meer goed kon breken in het oog. Een zelfde melding is gemaakt in de bijbel (Tobias 11) zo rond het jaar 600 voor Chr:

'En Rafaël zeide tot Tobias: Gij weet, broeder, hoe gij uw vader achtergelaten hebt.
Laat ons vooruit lopen voor uw vrouw, en het huis bereiden. En neem de gal van de vis in de hand.
En zij trokken heen, en de hond kwam mede achter hen.
En Anna zat en zag rondom naar haar zoon op de weg en zij werd hem gewaar toen hij kwam en zeide tot zijn vader:
Zie uw zoon komt, en de man die met hem getrokken is; en Rafaël zeide: Ik weet dat uw vader zijn ogen zal opendoen. Strijk gij de gal in zijn ogen, en als het hem bijt zo zal hij ze wrijven, en de witte schellen uitwerpen, en hij zal u zien.
En Anna liep toe en viel haar zoon aan de hals, en zeide tot hem: Kind, ik heb u gezien, thans wil ik wel sterven; en zij weenden beiden.
En Tobias kwam uit naar de deur en stiet zich daaraan; doch zijn zoon liep hem tegen, en greep zijn vader; en streek de gal op de ogen zijns vaders, zeggende: Heb goede moed, vader; en als zij gebeten waren, wreef hij zijn ogen, en de witte schellen werden afgepeld van de hoeken zijner ogen.

En ziende zijn zoon, viel hij aan zijn hals, en weende en zeide: Geloofd zijt gij, o God. En geloofd zij uw naam in der eeuwigheid. En geloofd zijn al uw heilige engelen; want gij hebt mij gekastijd, en hebt u mijner ontfermd. 

Ziet, ik zie mijn zoon Tobias.'

In dit bijbelverhaal lijkt het alsof de vader van Tobias zelf de lenzen achterin het oog geduwd heeft door het wrijven op de ogen doordat het gal van de vis zo erg beet in zijn ogen. Hierna kon hij zijn zoon Tobias weer zien.

Deze procedure is in een groot deel van de wereld tot de gouden eeuw gehanteerd. Staar middeleeuwenDesondanks zijn er wel bronzen instrumenten gevonden in Egypte en Griekenland waarmee de natuurlijke staarlens opgedeeld kon worden met een naald. Pas in 1748 heeft de Franse Jacques Daviel een staaroperatie geintroduceerd waarbij de lens deels uit het oog werd verwijderd. De Engelse Samuel Sharp vond vijf jaar later een manier om de lens in zjin geheel te verwijderen. Hij maakte een incisie, waarna hij met zijn duim druk uitoefende en de lens in zijn geheel uit het oog duwde.

Dit gebeurde allemaal zonder enige vorm van verdoving. Pas in 1884 werd een vorm van verdoving gebruikt bij de ingreep, druppels op basis van cocaine.

In 1917 ontwikkelde de Spaanse oogarts Ignacio Barraquer een zuiginstrument, waarmee de lens in zijn geheel verwijderd kon worden met minder risico dan de eerdere operatievormen.

Echter tot nu werd alleen de staarlens verwijderd uit het oog, waarna het enige hulpmiddel om weer enigszins iets te zien, een dikke staarbril was. Er zijn veel pogingen gedaan in de 18e eeuw om een kunstlens te maken en te plaatsen, maar zonder resultaat.

De eerste melding van een kunstlens is gedaan door Giacomo Casanova. Hij verhaalde over een ontmoeting met de oogarts Tadini in Warschau. Deze oogarts toonde hem een doosje met daarin kunstmatige lenzen, die ónder het hoornvlies geplaatst moesten worden om de natuurljike lens te vervangen'. Dit idee is in 1795 in de praktijk gebracht door de Venetiaanse oogarts Casaamata, wat mislukte doordat de lens in het oog viel.

De eerste oogarts die slaagde in het vervangen van de natuurlijke lens door een kunstmatige variant kwam op zijn idee door een samenloop van toevalligheden in de Eerste Wereldoorlog. Sir Harold RidleyGedurende deze periode troffen artsen vaak piloten met deeltjes perspex in hun oog. Zij waren geraakt door vijandelijk vuur en het raam in hun vliegtuig versplinterde en deeltjes hiervan kwamen in hun oog terecht. Wat de oogartsen constateerden, was dat deze deeltjes in het geheel geen infecties veroorzaakten. Rond 1940 introduceerde oogarts Harold Ridley op basis van deze gedachtengang de eerste intraoculaire lens. Zijn redenering was, dat wanneer deze stukjes perspex geen infecties veroorzaken, er ook lenzen van gemaakt konden worden. Dit is de geboorte van de lensimplantaten geweest, maar het duurde nog tot in de jaren zeventig totdat lensimplantaten door de beroepsgroep werden geaccepteerd.

Een reden dat dit meer dan dertig jaar heeft geduurd is dat de natuurlijke lens waarin staar zat nog steeds in zijn geheel moest worden verwijderd. Rond 1960 ontwikkelde de Amerikaanse oogarts Charles Kelman een techniek waarbij de natuurlijke lens met behulp van ultrasone trillingen opgebroken, waarna de deeltjes met een soort stofzuigertje uit het oog gezogen kon worden. Hiernaast zijn gedurende deze periode de kunstmatige lensmodellen en de materialen verbeterd, waardoor de operatietechnieken automatisch evolueerden. Dit basisprincipe uit de jaren zestig van opdelen van de lens en het opzuigen van de deeltjes tezamen met het implanteren van een kunstmatige lens wordt nog steeds alom gebruikt. Materialen en apparatuur zijn inmiddels verbeterd, waardoor resultaten beter te voorspellen zijn, complicaties sterk zijn afgenomen en de herstelperiode van de patient sterk versneld is.

Bronnen: The American Foundation of Ophthalmology, Theresa Krone, Points de vue (Essilor)